Robijn, de edelsteen voor juli
Geboortestenen. Volgens de officiële lijst van de National Association of Goldsmiths of Great Britain and Ireland staat er voor elke maand van het jaar een eigen steen en een eigen kleur:
voor de maand juli is dat robijn en dus rood.
De Britten hebben de geboortestenen niet uitgevonden. Wie wel, is niet meer te achterhalen. De gewoonte om geboortestenen te dragen is waarschijnlijk al populair geworden in de vijftiende of zestiende eeuw in Polen.

Amerika’s prominentste edelsteenexpert, G.F. Kunz (1856-1932), gemmologen kennen hem ook als de naamgever van de edelsteen kunziet (de roze/lila variant van de spodumeen) en auteur van diverse wetenschappelijke boeken en ontelbare artikelen, speelt een belangrijke rol in de karakterisering van geboortestenen en de tijdvakken waarin ze thuishoren.
Kunz is ook de auteur van The Curious Lore of Precious Stones, over de krachten die door de eeuwen heen aan edelstenen zijn toegeschreven en door hedendaagse auteurs nog steeds worden toegeschreven. Waarschijnlijk werden vroeger de geboortestenen door iedereen gedragen, die in de betreffende maand waren geboren, omdat ze juist in die maand extra krachtig zouden zijn. Als dat het geval is, moet je ze alle twaalf verzamelen en in de juiste volgorde dragen.
Anderzijds je kunt bijna op geen betere manier je liefde voor je partner bevestigen dan door een robijn cadeau te doen voor een verjaardag in juli.
Van robijnen wordt gezegd dat ze de gevoelens opwekken, de verbeelding stimuleren en gezondheid, wijsheid, rijkdom en succes in de liefde geven,

Het is aan een leek bijna niet uit te leggen dat robijn, met zijn intense rode kleur, en de blauwe saffier het zelfde mineraal zijn. Een mineraal bestaande uit het gas zuurstof en het lichte metaal aluminium. Korund, zoals dit mineraal heet, is in zijn meest pure vorm perfect kleurloos. (chemische formule Al2O3)
De geweldige kleuren van robijn en saffier worden veroorzaakt door sporen van metaaloxides die als ‘onzuiverheden’ in het kristalrooster van de steen zijn ingesloten. In het geval van de robijn is dat chroomoxide (Cr2O3) dat op kleine schaal in de kristalstructuur de plaats van aluminium inneemt. De hoeveelheid van ongeveer vier procent bepaalt de diepte van de kleur. Daarnaast kan ook ijzer (Fe2O3) invloed hebben op de kleur, zoals bij de bekende bruinige kleurzweem van de Thaise robijnen.
Met zijn grote hardheid (9 op de schaal van Mohs) is het harder dan andere natuurlijke edelstenen uitgezonderd diamant (hardheid 10). Dat betekent, dat robijn goed geschikt is om dagelijks te dragen. Topkwaliteit robijn is extreem zeldzaam en de kleur van de steen vormt het belangrijkste deel van de waarde. De hoogste prijzen worden betaald voor de kleuren medium tot medium-donkerr rood of met een hele lichte paarszweem. Als de kleur van de stenen te licht is of teveel naar paars of oranje neigt dan heten het saffieren.
De legendes over de robijn zijn wonderlijk, de wetenschappelijke kennis over deze edelsteen is groot. Robijn claimt de eer de meest kostbare steen te zijn van de twaalf die God creëerde toen Hij de wereld schiep en de steen ‘Meester der Edelstenen’ in Zijn opdracht rond de nek van Aaron werd gehangen. De hoge waarde die aan robijn wordt toegekend, wordt bevestigd door de namen die hij kreeg in het Sanskriet: ratnajaraj wat vertaald kan worden als ‘Koning der Edelstenen’ en ratnanâyaka ‘Leider van de Edele Stenen’. De naam voor deze rode korund die wij nu gebruiken – robijn (EN: ruby; DE: Rubin) komt van het Latijnse Ruber.
Uit alle historische geschriften blijkt, dat robijn de meest gewaardeerde edelsteen ooit was. Zelfs diamant was in verhouding gewoontjes naast de robijn met zijn uitgesproken kleur en hoge waarde.
Volgens de bijbel zijn alleen wijsheid en deugdzame vrouwen kostbaarder dan robijn. De Perzische wijsgeer al-Biruni verkondigde in de elfde eeuw alleen de populaire kennis van die tijd toen hij schreef dat robijn ‘de hoogste plaats bezet in kleur, schoonheid en waarde’ van alle edelstenen. Negen eeuwen later (1894) schrijft de Britse auteur Max Bauer in zijn boek ‘Precious Stones’: een heldere, transparante en perfecte robijn in een uniforme rode kleur is op dit moment de duurste edelsteen.
Toegegeven, de waarde van topkwaliteit robijn was in Bauer’s tijd niet meer zo extreem. De Italiaanse goudsmid Benvenuto Cellini rapporteerde dat de mooiste één karaat robijn acht keer de prijs van een één karaat topkwaliteit diamant kostte. Begin 1900 was die zelfde robijn nog maar twee keer zo duur als de diamant.

“Geprezen is de Godin, die de duisternis van de onwetendheid verdrijft”. Met deze lovende woorden aan Saraswati – de Indiaase Godin van de intuïtie en schepper van de muziek- begint Sourindro Mohun Tagore zijn ‘Mani Málá’. In dit in 1879-1881 in Calcutta verschenen boek wordt de kennis over edelstenen uit alle klassieke werken uit de Hindu literatuur gepresenteerd, vooral uit de ‘Puranas’ (Garuda Purana en Skanda Purana de oude vertelwerken, waarvan delen al in 400 n.Chr. zijn geschreven). Hiermee is de schriftelijk overgeleverde wetenschap van ongeveer tweeduizend jaar samengevat. Zoals ook het boek ‘Ratnapariksa’ dat ongeveer in het jaar 600 n.Chr. is ontstaan. Deze geschriften waren niet alleen interessant voor de beroepsgroepen, die met edelstenen te maken hadden, maar vooral ook voor de opvoeding van de prinsen en de leden van de hogere adel.
De status van robijn als kostbaarste edelsteen aller tijden verklaart misschien waarom de Britten in 1886 de drastische stap namen om Upper Burma te annexeren omdat de toenmalige heerser, Koning Thebaw, met een Frans syndicaat onderhandelde over de mijnbouwrechten. In dit gebied, met een lange historie als leverancier van robijn, ligt het beroemde Mogok Stone Tract, een gebied van ruim 1000 vierkante kilometer.
Net als vroeger wordt de waarde van de robijn voor een heel groot deel bepaald door de kleur. Maar ook gewicht en formaat, de helderheid en zuiverheid spelen een grote rol.
Hoewel bepaalde kleurtonen van de robijnen worden geassocieerd met de verschillende mijnen in de diverse landen, zoals: Birma, nu Myanmar, voor de pure rode;Sri Lanka (vroeger Ceylon) zachter naar pastels neigende kleurtoon; Vietnam met levendig roze-rood met extreem schone stenen; Thailand (Siam) met donker rood tot bourgogne; Kenya met doorschijnende vettige pure rood; Madagaskar met puur transparant rood, kunnen de kleurnuances je echt niet vertellen waar de steen is ontstaan. Daarvoor moet onderzoek gedaan worden in een van de gerenommeerde laboratoria zoals hier in Europa o.a.het Gübelin Labor en het SSEF in Zwitserland; het DGemG in Duitsland; het GGLT-Lab in Liechtenstein en niet te vergeten het NEL in Leiden.
De meeste robijnen zijn hitte-behandeld, met temperaturen tot tegen de 19000C.om de kleur te verbeteren en om een eventuele blauw- of bruinzweem te verwijderen. Mits er geen toevoeging van vreemd materiaal plaats vindt is deze behandeling internationaal geaccepteerd. Ook de helderheid kan daardoor worden verbeterd en als de steen daar geschikt voor is, kan in bepaalde gevallen het ‘ster’effect verbeterd worden. Het is niet helemaal duidelijk sinds wanneer men met de hittebehandeling is begonnen. Duidelijk is wel dat er tot in de 19de eeuw geen ovens waren die de gewenste temperatuur ≥ 15000C. konden bereiken.
Doordat de meeste insluitsels in de robijn door deze behandeling zijn verdwenen, is dit redelijk goed onder de microscoop te herkennen. Het resultaat van de hitte-behandeling is permanent.
Er vinden ook hitte-behandelingen plaats waarbij vreemd materiaal aan de steen wordt toegevoegd, hetzij om de kleur te verbeteren, hetzij om met een glasachtig materiaal fouten en breuken in de steen te herstellen. Robijn die deze behandeling heeft ondergaan, wordt als inferieur beschouwd en is ook veel minder waardevol.
Daarnaast is er volop synthetische robijn in de handel. De meest bekende en voorkomende is die, die is vervaardigd volgens Verneuil methode. Deze is voornamelijk te herkennen aan de typische gebogen groeilijnen, de gasbellen en de flux restanten. De synthetische robijn van Chatham is vooral te herkennen aan de ‘verkruimelde’ of dunne sluierachtige vloeistofveren en de flux restanten.
Brekingsindices geven geen uitsluitsel en zijn voor al deze robijnen hetzelfde: 1.762-1.770 (+0.010/-0.003); dubbelbreking van 0.008.
Soms komt in robijn een naaldachtige insluitsel van rutiel (titaniumdioxyde) voor, die de groeirichting van het kristal volgt. Wordt een dergelijke steen cabochon geslepen dan ontstaat bij opvallend licht een buigingsfiguur doordat het licht volgens de ingegroeide insluitsels afgebogen wordt en zien wij een ster. De zogenoemde sterrobijn.
Andere rode stenen die op robijn lijken en met een refractometer makkelijk te herkennen zijn, zijn:
| steen soort | hardheid | SG/ | lichtbreking | dubbel- |
| dichtheid | breking | |||
| robijn | 9 | 3,99 | 1,76 tot 1,77 | -0,008 |
| almandien (granaat) | 7,5 | 3,9-4,2 | 1,76 tot 1,81 | geen |
| pyroop (granaat) | 7,5 | 3,7-3,9 | 1,74 tot 1,76 | geen |
| spinel | 8 | 3,6 | 1,72 | geen |
| toermalijn | 7 | 3,04 | 1,62 tot 1,64 | -0,018 |
Bronnen: Gems, 4th edition, R.Webster/B.W. Anderson; extraLapis No.15; Ruby &Sapphire,R.W. Hughes; Tables of Gemstone Identification,B.Gunther; AGTA Prism