Intergem heruitvinden, overbodig project

Lezing over Paraïba toermalijn tijdens de Intergem door Claudio Milisenda Foto: Diebe-Media
Lezing over Paraïba toermalijn tijdens de Intergem door Claudio Milisenda Foto: Diebe-Media

De edelsteen- en juwelenbeurs Intergem in Idar-Oberstein kampt al jaren met een wisselend, maar nooit met sterk stijgend aantal bezoekers. Soms is er een uitschieter omhoog en dan juicht iedereen dat het lek boven is om het volgende jaar te constateren dat het zo toch niet verder kan. Hetzelfde geldt in misschien wel sterkere mate voor het aantal standhouders. Meeste jaren zijn er wel enkele minder. Zo ook dit jaar. Helemaal gek zijn ze natuurlijk niet bij de organisatie, dus is vorig jaar een bureau ingehuurd om mooie plannen te maken, die het geheel moet redden. Zowel de beurs als het beursgebouw.
Afgelopen Intergem werden de eerste contouren geschetst, waarlangs Idar-Oberstein zich moet bewegen om een aantrekkelijke beurs te blijven.  Duidelijk dat dit komt van een bureau dat niet in de regio is gevestigd, want de ideeën die zijn gespuid kan iedereen bedenken, maar gaan volledig voorbij aan de mentaliteit bij grote groepen van de bevolking en ondernemers in de stad, die goeddeels leefde en feitelijk nog steeds moet leven van de edelsteenindustrie.
De beurs moet meer bieden dan alleen de uitstalling van waren in het beursgebouw. Ja, in het huidige beursklimaat is dat zo. Maar om daar dan een feestweek aan te koppelen, is op zijn minst reden voor een vraagteken.  Dat de meerwaarde ook gezocht kan worden in lezingen en een demonstratiecyclus ligt meer voor de hand. Dit jaar is daar een voorzichtig begin mee gemaakt. Maar zo knullig, dat je met een soort plaatsvervangende schaamte plaatsneemt bij de voordrachten.  De lezingen waren bijkants onverstaanbaar, de powerpointpresentaties onscherp en het omgevingslawaai oorverdovend.  Zo ga je het dus niet redden. En als suggesties om met minimale kosten de situatie te verbeteren worden ontvangen, als persoonlijke aanvallen, dan lijkt het einde toch echt meer in zicht dan de organisatie, bezoekers en standhouders lief is.
Toen de Intergem een aantal jaren geleden uit de tenten van een tennisbaan naar het splinternieuwe, met Europese steun gebouwde beurgebouw trok, deed hoop leven. Alle deelnemers pasten niet in het gebouw en twee aangebouwde tenten zorgden voor de nodige extra ruimte. Afgelopen  Intergem kon bij wijze van spreken in de aanbouw. Dat geeft wel aan dat er iets aan de hand is. Zeker als de beursleiding aangeeft, dat het streven niet is gericht op zoveel standhouders dat die tijdelijke aanbouwen nodig zijn. Je richten op het hogere segment kan geen kwaad. Maar zeur dan niet als er weinig bezoekers komen. Als je dat hogere segment in het gebouw een eigen podium geeft, omringd door anderen, die wellicht een stapje of twee lager acteren, dan heb je goed kans op een breder koperspubliek. Edelstenen  van €100.000 of meer bekijken is leuk en enerverend. Met alleen aanbod in het hogere segment en als dan je markt ligt bij edelstenen waarvan de inkoopprijzen de €5000 niet te boven gaan, heb je weinig op de Intergem te zoeken.  Is de tweede garnituur wel aanwezig, dan is het een droombeurs en zullen de bezoekersaantallen rap oplopen. Dan heb je er namelijk heel veel te zoeken. Er begint een sfeertje van hoogmoed te hangen, daar aan de Nahe en Idarbach. Er moeten zoveel standhouders komen dat de tenten terugkeren. Dan zullen de bezoekers volgen.

Jan Paul Bevoort